ECLI:NL:RVS:2009:BK0519
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende voortvarendheid bij voorbereiding uitzetting vreemdeling
De vreemdeling werd op 18 augustus 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld en op 21 augustus 2009 overgeplaatst naar het uitzetcentrum. Zijn dossier werd op 26 augustus 2009 overgedragen. Pas op 27 augustus 2009 vonden daadwerkelijke handelingen plaats ter voorbereiding van zijn uitzetting, waaronder het vertrekgesprek en het boeken van een vlucht.
De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris voldoende voortvarend had gehandeld, maar de Raad van State stelde vast dat er geen concrete beletselen waren om eerder dan 27 augustus 2009 tot daadwerkelijke voorbereidingen over te gaan. Hierdoor was sprake van onvoldoende voortvarendheid.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep van de vreemdeling toe. Tevens werd een schadevergoeding van €400 toegekend voor de periode van 22 tot 27 augustus 2009 en werden proceskosten van €966 aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend heeft gehandeld en kent een schadevergoeding en proceskosten toe aan de vreemdeling.