ECLI:NL:RBSGR:2009:BK5665
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzettingsvoorbereiding
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een Iraakse vreemdeling tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De bewaring werd opgelegd op 29 oktober 2009. Verweerder voerde aan dat een intakegesprek op 3 november 2009 met de vreemdeling had plaatsgevonden, waarin de vreemdeling zijn terugkeerbereidheid aangaf.
De rechtbank stelde vast dat dit intakegesprek niet als vertrekgesprek kon worden aangemerkt, omdat er geen verslag van was en het gesprek niet concreet plaatsvond in het kader van de uitzettingsvoorbereiding. De daadwerkelijke uitzettingshandeling, het vertrekgesprek, vond pas op 9 november 2009 plaats. Hierdoor was er sprake van een te late aanvang van de voorbereiding van de uitzetting.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld, waardoor de maatregel van bewaring vanaf het begin onrechtmatig was. De bewaring werd per direct opgeheven en aan eiser werd een schadevergoeding toegekend van €80 per dag voor 34 dagen onrechtmatige bewaring. Tevens werden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzettingsvoorbereiding en eiser krijgt schadevergoeding toegekend.