Uitspraak
200103396/1 en 200105173/1heeft, anders dan de stichting e.a. betogen, niet tot gevolg gehad dat artikel 5, eerste lid, en artikel 5, derde lid, onder a en onder 1., van de planvoorschriften niet onherroepelijk zijn geworden, doch slechts dat het bestemmingsplan, onder meer wat betreft deze planvoorschriften, onherroepelijk is geworden, zonder dat in het plan een definitie is opgenomen van het begrip "agrarisch bedrijf". Gelet hierop, heeft de rechtbank het bouwplan terecht aan deze planvoorschriften getoetst. Bij beantwoording van de vraag of in het onderhavige geval sprake is van een agrarisch bedrijf, heeft zij bovendien terecht overwogen dat het college, bij het ontbreken van een definitie in het bestemmingsplan, aansluiting heeft kunnen zoeken bij hetgeen hieronder in het algemeen spraakgebruik wordt verstaan.