ECLI:NL:RVS:2009:BK0845
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- R.R. Winter
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging deels niet-ontvankelijkverklaring beroep kapvergunning bomen Olympiaplein
Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oud-Zuid verleende op 8 mei 2007 een vergunning voor het kappen van 26 bomen aan de noordzijde van het Olympiaplein. De stichting Belangenbehartiging Bewoners en Ondernemers Oud-Zuid en anderen maakten bezwaar en stelden beroep in tegen deze vergunning. De rechtbank Amsterdam verklaarde een deel van het beroep niet-ontvankelijk en het overige ongegrond.
De stichting stelde hoger beroep in bij de Raad van State tegen de niet-ontvankelijkverklaring van een aantal omwonenden. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep van enkele personen niet-ontvankelijk had verklaard, omdat zij wel bezwaar hadden gemaakt tegen de kapvergunning. Dit deel van het hoger beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover het deze personen betreft.
De Raad van State bevestigde verder dat de kap van de bomen geen schending van het recht op leven of een eerlijke rechtsgang oplevert en dat het dagelijks bestuur beleidsvrijheid heeft bij het verlenen van kapvergunningen. Ook werd geoordeeld dat de procedurele fouten die de stichting aanvoerde niet tot schending van hun belangen hebben geleid. Het beroep van de betreffende omwonenden werd inhoudelijk behandeld en uiteindelijk ongegrond verklaard.
Ten slotte werd bepaald dat het betaalde griffierecht door de Raad van State aan de stichting wordt vergoed. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 21 oktober 2009 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van enkele omwonenden werd ontvankelijk verklaard maar inhoudelijk ongegrond; de rest van de uitspraak werd bevestigd.