ECLI:NL:RVS:2013:174
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- W. Sorgdrager
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen ambtshalve wijziging vergunning offshore windturbineparken
De staatssecretaris wijzigde ambtshalve vergunningen voor twaalf offshore windturbineparken in de Noordzee op grond van artikel 6.22 van de Waterwet. De Vereniging van Strandpachters en anderen en een individuele appellant stelden beroep in tegen deze wijziging, maar de rechtbank verklaarde deze beroepen niet-ontvankelijk wegens gebrek aan rechtstreeks belang en het niet tijdig indienen van zienswijzen.
In hoger beroep betoogden appellanten dat zij wel degelijk belanghebbenden zijn omdat zij zicht hebben op de windturbineparken en dat de statutaire doelen van de vereniging voldoende concreet zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de afstand tot de windturbineparken en de aard van het zicht niet leiden tot een persoonlijk en voldoende onderscheidend belang. Ook het collectieve belang van de vereniging wordt niet rechtstreeks geraakt door het besluit.
Verder werd geoordeeld dat het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep niet in strijd is met artikel 6 EVRM Pro en het effectiviteitsbeginsel. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de hoger beroepen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen tegen de ambtshalve wijziging van vergunningen voor offshore windturbineparken zijn niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep is ongegrond.