Uitspraak
200701793/1, overwoog de Afdeling vervolgens dat de rechtbank met juistheid had overwogen dat het college zich terecht op het standpunt had gesteld dat [appellant] geen geslaagd beroep op het overgangsrecht van het bestemmingsplan "Buitengebied" toekomt. Wel had de Afdeling aanleiding gezien de uitspraak van de rechtbank te vernietigen, uitsluitend voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 11 oktober 2005 in stand waren gelaten. Daartoe heeft de Afdeling overwogen dat uit de bewoordingen van het besluit van 19 mei 2005 niet zonder meer kan worden afgeleid, of en wanneer dwangsommen worden verbeurd indien niet aan de opdracht wordt voldaan. In het besluit van 11 oktober 2005 heeft het college deze bewoordingen niet gecorrigeerd, zodat het desbetreffende besluit, anders dan de rechtbank had overwogen, in zoverre in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel, zo overwoog de Afdeling.
200502750/1geldt als uitgangspunt dat een besluit op bezwaar wordt genomen met inachtneming van de feiten en omstandigheden die ten tijde van het nemen van die beslissing bekend zijn en de op dat moment geldende rechts- en beleidsregels. Met de uitspraak van de Afdeling van 17 oktober 2007, waarin de rechtbankuitspraak van 30 januari 2007 is bevestigd, behoudens voor zover het de instandlating van de rechtsgevolgen betreft, is onder meer vast komen te staan dat [appellant] op grond van de toen bekende feiten en omstandigheden geen beroep op het overgangsrecht toekwam. Voor een nieuwe afweging van de betrokken belangen bij het nieuwe besluit op bezwaar bestond geen grond. [appellant] heeft wat betreft de door het college gemaakte belangenafweging niet aannemelijk gemaakt dat ten tijde van het besluit van 30 november 2007 een ten opzichte van het eerdere besluit op bezwaar relevante wijziging van de feiten en omstandigheden heeft plaatsgevonden. Anders dan [appellant] stelt, is niet aannemelijk geworden dat ten tijde van het besluit van 30 november 2007 de planologische situatie ten aanzien van het perceel was gewijzigd. Bovendien is van belang dat het college heeft gesteld dat de in overweging 2.2.1. bedoelde herziening van het bestemmingsplan geen betrekking heeft op het perceel.