ECLI:NL:RVS:2009:BK1988
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Nederlanderschap wegens verzwijging huwelijk en bigamie
Appellant kreeg in 1996 het Nederlanderschap verleend. Later werd vastgesteld dat hij bij zijn naturalisatieverzoek zijn huwelijk uit 1987 met echtgenote 1 had verzwegen, terwijl hij in 1991 een tweede huwelijk met echtgenote 2 was aangegaan. De minister trok daarom het Nederlanderschap met terugwerkende kracht in per 1 april 2003.
Appellant voerde aan dat hij weliswaar gehuwd was met echtgenote 1, maar niet samenwoonde, en dat de intrekking disproportioneel was gezien de korte duur van de bigamie en zijn langdurige monogame leven in Nederland. Ook stelde hij dat de verblijfsvergunning ten onrechte was verleend en dat de minister nader onderzoek had moeten doen naar de geldigheid van het eerste huwelijk.
De Raad van State oordeelde dat het huwelijk uit 1987 rechtsgeldig was en dat de minister terecht de intrekking handhaafde, omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor naturalisatie. De belangenafweging van de minister, waaronder de aard van het bedrog en de lange termijn tussen verlening en intrekking, was redelijk. De intrekking corrigeert de gevolgen van het frauduleuze handelen en betekent niet automatisch dat appellant geen verblijf in Nederland kan verkrijgen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van het Nederlanderschap wegens verzwijging van een eerder huwelijk en bigamie wordt bevestigd.