Uitspraak
200703301/1waarbij aan een eerdere versie van het wijzigingsplan goedkeuring werd onthouden.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Drenthe keurde het wijzigingsplan goed voor de vestiging van een prostitutie- en/of escortbedrijf in een voormalige boerderij te Emmen. Appellante stelde dat de inspraakprocedure onduidelijk was, dat de wijzigingsbevoegdheid niet op het perceel van toepassing was, en dat het plan onvoldoende waarborgde dat raamprostitutie niet zou plaatsvinden. Ook werd aangevoerd dat de invloed op de omgeving onvoldoende was onderzocht en dat het plan niet uitvoerbaar zou zijn zonder exploitatievergunning.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de inspraakprocedure volgens de Wet op de Ruimtelijke Ordening correct was gevolgd en dat het perceel binnen het gebied viel waarop de wijzigingsbevoegdheid van toepassing is. De planvoorschriften sloten raamprostitutie uit en het college had voldoende maatregelen getroffen om overlast te beperken, zoals een haag rondom het perceel en een algeheel verbod op raamprostitutie in de gemeente. De verkeers- en parkeersituatie was acceptabel en het plan was uitvoerbaar omdat aannemelijk was dat een exploitatievergunning kon worden verleend.
De Afdeling stelde vast dat de locatie ruimtelijk gescheiden was van de woonwijk en dat het plan niet in strijd was met een goede ruimtelijke ordening. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de goedkeuring van het wijzigingsplan voor de vestiging van een prostitutie- en escortbedrijf te Emmen wordt ongegrond verklaard.