ECLI:NL:RVS:2009:BK2949
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing Nederlanderschap wegens verblijfsgat ondanks langdurig verblijf en bijzondere omstandigheden
De minister van Justitie wees het verzoek van appellant om Nederlanderschap af op grond van een verblijfsgat van 12 dagen, waardoor niet werd voldaan aan de eis van ononderbroken vijf jaar hoofdverblijf in Nederland. Appellant, die ruim tien jaar in Nederland woont en wiens gehele gezin de Nederlandse nationaliteit bezit, verloor bij een treinongeval beide benen en onderging een langdurig revalidatieproces. Dit leidde tot een bijzondere verbondenheid met Nederland en psychisch voordeel bij naturalisatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het verblijfsgat van 12 dagen louter formeel van aard was en dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom geen sprake was van een bijzonder geval in de zin van artikel 10 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap. De Afdeling oordeelde dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met de uitzonderlijke omstandigheden en het langdurige verblijf.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit van de minister vernietigd en het beroep bij de rechtbank alsnog gegrond verklaard. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee werd het belang van een zorgvuldige en gemotiveerde toepassing van uitzonderingsbepalingen bij naturalisatiebesluiten benadrukt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van de minister vernietigd en het beroep alsnog toegewezen vanwege bijzondere omstandigheden en een formeel verblijfsgat.