ECLI:NL:RVS:2018:2590
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- R. van der Spoel
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medeverlening Nederlanderschap bij verblijfsgat na aanvraag
Bij besluit van 9 september 2016 wees de staatssecretaris het verzoek om medeverlening van het Nederlanderschap aan de zoon van verzoekster af vanwege een verblijfsgat van 31 maart tot 13 april 2016. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van 11 november 2016.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat artikel 10 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) alleen afwijking toestaat van de termijn van drie jaar voorafgaand aan het verzoek, zoals genoemd in artikel 11, derde lid, en niet van de periode tussen het verzoek en het besluit daarop. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat afwijking ook mogelijk is voor verblijfsgaten na de aanvraag.
De Afdeling stelt dat het verblijfsgat na de aanvraag niet onder de termijn valt waarvoor artikel 10 RWN Pro afwijking biedt. Dit volgt uit de wetsgeschiedenis, de tekst van de wet en de handleiding. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van [wederpartij] wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.