ECLI:NL:RVS:2009:BK2954
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G.A.A.M. Boot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning voor tijdelijk dichtzetten panden ondanks bezwaar belangenvereniging
Het college van burgemeester en wethouders van Middelburg verleende op 3 augustus 2007 een bouwvergunning voor het tijdelijk dichtzetten van muur- en dakopeningen met underlaymentplaten in meerdere panden aan de Koningstraat te Middelburg. De Belangenvereniging van A tot Z en een individuele appellant maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard op 11 maart 2008. Vervolgens werd bij de rechtbank Middelburg beroep ingesteld, dat op 12 maart 2009 ongegrond werd verklaard.
De appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State. Zij voerden onder meer aan dat het college het verbod van détournement de pouvoir had overtreden door de vergunning te verlenen met als doel het tegengaan van kraken, wat volgens hen niet als legitieme grond kon gelden. De Raad van State oordeelde dat geen van de in artikel 44 van Pro de Woningwet genoemde weigeringsgronden van toepassing was en dat het college daarom verplicht was de vergunning te verlenen.
De Raad van State stelde vast dat het motief van het college voor het aanvragen van de vergunning niet relevant is voor de beoordeling en dat de bepalingen van de Leegstandswet geen rol spelen bij de vergunningverlening. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning blijft bevestigd.