ECLI:NL:RVS:2009:BK3332
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet ontvankelijk wegens niet tijdig indienen na rectificatie verblijfsvergunningintrekking
De vreemdelingen, mede voor hun minderjarige kinderen, kregen bij besluiten van 2 juli 2008 hun verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd ingetrokken door de staatssecretaris van Justitie. Tegen deze besluiten werden bezwaren ingediend die op 12 september 2008 ongegrond werden verklaard. Vervolgens verklaarde de rechtbank 's Gravenhage bij uitspraak van 29 april 2009, die op 28 augustus 2009 werd gerectificeerd, de beroepen van de vreemdelingen ongegrond.
De vreemdelingen dienden hun hoger beroepschrift pas op 25 september 2009 in, ruim na het verstrijken van de wettelijke termijn van vier weken die op 27 mei 2009 eindigde. De Raad van State overwoog dat de rectificatie van de uitspraak slechts een kennelijke onjuistheid herstelde door namen van minderjarige kinderen toe te voegen, zonder de inhoudelijke beslissing te wijzigen. Hierdoor begon geen nieuwe termijn voor hoger beroep.
De Raad van State concludeerde dat de vreemdelingen het hoger beroep niet tijdig hadden ingediend en dat er geen omstandigheden waren die het verzuim konden rechtvaardigen. Het hoger beroep werd daarom niet ontvankelijk verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdelingen is niet ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.