ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn in WMO-zaak
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die haar beroep tegen een kostenvergoeding in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank had geoordeeld dat het geschil door intrekking van het besluit niet langer bestond, waardoor geen rechtsvragen hoefden te worden beantwoord.
De Raad beoordeelde dat het hoger beroep te laat was ingediend. De beroepstermijn van zes weken begon te lopen op de dag na verzending van de uitspraak, 30 juli 2010, en eindigde op 10 september 2010. Appellante stelde dat de termijn pas op 5 augustus 2010 begon vanwege een onvolledige motivering, maar de Raad verwierp dit standpunt en verwees naar vaste jurisprudentie.
Subsidiair voerde appellante aan dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. De Raad oordeelde dat dit niet het geval was, omdat appellante na ontvangst van de aanvullende brief nog vijf weken had om het hoger beroep tijdig in te dienen, maar dit niet heeft gedaan.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare omstandigheden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare omstandigheden.