Uitspraak
200510538/1onherroepelijk geworden. [appellant] heeft niet aan deze last voldaan. De onderhavige last ziet op dezelfde aanbouw aan de zijgevel en aanbouw aan de achterzijde als het besluit van 11 oktober 2004.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede legde aan appellant bestuursdwang op om aanbouwen aan zijn zomerwoning te verwijderen wegens het ontbreken van een bouwvergunning. Dit besluit werd door de voorzieningenrechter van de rechtbank Almelo bevestigd. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bevestigde dat de aanbouwen in strijd met artikel 40, eerste lid, van de Woningwet zijn gerealiseerd en dat handhavend optreden gerechtvaardigd is. Wel oordeelde de Afdeling dat het college in het besluit op bezwaar onvoldoende is ingegaan op de door appellant aangevoerde vergelijkbare gevallen, waardoor het besluit op bezwaar in strijd is met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het college moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.