ECLI:NL:RVS:2009:BK3655
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- W. Konijnenbelt
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister weigering dispensatie cao Uitzendkrachten en cao SFU
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid weigerde op 15 juni 2007 de NVUB en het AVV dispensatie te verlenen voor ondernemingen aangesloten bij de NVUB van de tussentijds gewijzigde cao voor Uitzendkrachten 2004-2009 en de cao SFU. Deze cao's waren algemeen verbindend verklaard. De NVUB stelde bezwaar en beroep in tegen deze weigering, maar de rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens vermeend gebrek aan belang. De NVUB stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het belang van de NVUB heeft ontkend, omdat de NVUB aannemelijk heeft gemaakt dat haar leden schade lijden door de toepassing van de algemeen verbindend verklaarde cao's. De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank en het besluit van 12 februari 2008 waarin het bezwaar van de NVUB werd afgewezen.
De NVUB voerde aan dat haar leden, die kleine en middelgrote uitzendondernemingen zijn, wezenlijk andere bedrijfskenmerken hebben en dat de minister ten onrechte geen dispensatie verleende. De Afdeling stelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat de NVUB onvoldoende heeft aangetoond dat haar leden wezenlijk verschillen van de ondernemingen die onder de algemeen verbindend verklaarde cao's vallen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat de minister aan de NBBU dispensatie verleende op grond van specifieke omstandigheden die niet op de NVUB van toepassing zijn.
Ten slotte oordeelt de Afdeling dat de minister in het besluit op bezwaar onvoldoende is ingegaan op het betoog van de NVUB dat de cao's ten onrechte algemeen verbindend zijn verklaard wegens het ontbreken van een belangrijke meerderheid. De motivering van het besluit voldoet daardoor niet aan de vereisten van artikel 7:12 Awb Pro. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. De Afdeling gelast dat een nieuw besluit wordt genomen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit met inachtneming van deze uitspraak.