ECLI:NL:RVS:2009:BK4296
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- V. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Weigering bouwvergunning erfafscheiding in strijd met bestemmingsplan bevestigd
Het college van burgemeester en wethouders van Deventer weigerde op 31 januari 2008 aan appellante vrijstelling en bouwvergunning voor het plaatsen van een erfafscheiding op een perceel met bestemming 'Verkeersdoeleinden'. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze weigering, maar zowel het college als de rechtbank verklaarden dit ongegrond.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij op grond van het gelijkheidsbeginsel recht had op vergunning, omdat aan andere bewoners vergunningen waren verleend voor vergelijkbare bouwwerken. De Raad van State oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat deze gevallen voldoende vergelijkbaar waren en dat het college gemotiveerd had weerlegd dat sprake was van gelijke gevallen. Bovendien is het college bevoegd om handhavend op te treden tegen illegale bouwwerken.
Verder stelde appellante een beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat de bouwaanvraag was gepubliceerd zonder dat zienswijzen waren ingebracht. De Raad van State verwierp dit omdat geen concrete toezeggingen door het college waren gedaan waarop appellante mocht vertrouwen.
Ook het betoog dat het college in redelijkheid geen vrijstelling van het bestemmingsplan had mogen weigeren, werd verworpen. De Raad van State vond dat het college terecht gewicht had toegekend aan het huidige en voorgenomen beleid, dat een erfafscheiding alleen toestaat als groene haag van maximaal 1 meter hoog.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van het college om bouwvergunning en vrijstelling te verlenen voor de erfafscheiding.