ECLI:NL:RVS:2009:BK5472
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herhaalde aanvraag verblijfsvergunning op grond van verslechterde situatie vrouwen in Noord-Kivu DRC
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die het besluit van 11 juni 2007 vernietigde, waarbij de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel werd afgewezen. De vreemdeling baseerde haar aanvraag op de verslechterde situatie in Noord-Kivu, DRC, en de specifieke risico's voor vrouwen daar.
De staatssecretaris stelde dat er geen sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden, omdat de ambtsberichten waarop de vreemdeling zich beroept dateren van vóór het eerdere besluit van maart 2006. De Raad van State oordeelde echter dat de verslechterde veiligheidssituatie en de verslechterde positie van vrouwen in de DRC sinds dat eerdere besluit wel degelijk nieuwe feiten of omstandigheden vormen die relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat de staatssecretaris had moeten beoordelen of deze verslechterde situatie aanleiding gaf tot heroverweging van het eerdere besluit. Het beroep van de staatssecretaris werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.