ECLI:NL:RVS:2009:BK5835
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door inzet vreemdeling zonder vergunning
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde appellant een boete van €16.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat twee vreemdelingen zonder vergunning arbeid verrichtten. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
Tijdens de zitting betoogde appellant onder meer dat niet was vastgesteld dat de vreemdeling daadwerkelijk werkzaamheden verrichtte en dat de rechtbank onterecht verklaringen buiten het dossier had betrokken. De Raad van State oordeelde dat de waarnemingen van de inspecteurs en verklaringen van de bedrijfsleider voldoende grondslag boden om te concluderen dat arbeid was verricht zonder vergunning. Het feit dat de vreemdeling zelf niet als getuige was gehoord, deed hieraan niet af.
De Raad van State verwierp de bezwaren van appellant en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €16.000 wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder vergunning.