Uitspraak
200609246/2; JV 2007/410) is dit in overeenstemming met de tekst van de wet en de bedoeling van de wetgever. Daarbij heeft de Afdeling in aanmerking genomen dat volgens de geschiedenis van de totstandkoming van de wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap met betrekking tot de verkrijging, de verlening en het verlies van het Nederlanderschap (Kamerstukken II 1997/98, 25 891, nr. 3, pag. 4), het wijzigingsvoorstel het algemene principe van het geïntegreerde vreemdelingenbeleid ook voor het nationaliteitsrecht uitwerkt, hetgeen onder meer betekent dat de in de wet genoemde termijnen van verblijf in Nederland eerst aanvangen, nadat de vreemdeling door de overheid is toegelaten. Toelating is in dit verband te verstaan als de instemming door het bevoegde gezag met het bestendig verblijf van een vreemdeling hier te lande, zoals onder andere kan blijken uit de afgifte van een vergunning tot vestiging, een vergunning tot verblijf of een voorwaardelijke vergunning tot verblijf. Zij is een rechtshandeling, een verklaringsdaad met beoogde vreemdelingenrechtelijke rechtsgevolgen, een instemmingsverklaring met het bestendig verblijf hier te lande van de vreemdeling, aldus de Memorie van Toelichting.
200204721/1), heeft de minister bij de toepassing van artikel 10 van Pro de RWN beoordelingsvrijheid waarvan de invulling primair tot zijn verantwoordelijkheid behoort. De minister pleegt van artikel 10 van Pro de RWN slechts terughoudend gebruik te maken in geval van zeer bijzondere omstandigheden. Dat [appellant] niet uitzetbaar was en volledig kon meedraaien in de Nederlandse samenleving, wat daarvan ook zij, maakt daarom niet dat de minister een bijzonder geval als bedoeld in artikel 10 behoorde Pro aan te nemen. De rechtbank heeft derhalve in hetgeen [appellant] heeft aangevoerd terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat de minister zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat geen grond bestaat om, met toepassing van artikel 10 van Pro de RWN, van het vereiste in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, af te wijken.