ECLI:NL:RBOVE:2025:580
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens ontbreken onafgebroken hoofdverblijf in Nederland
Eiseres diende op 29 maart 2023 een verzoek tot naturalisatie in. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiseres niet voldeed aan de voorwaarde dat zij ten minste vijf jaar onafgebroken haar hoofdverblijf in Nederland moest hebben. Hoewel zij voorafgaand aan het verzoek vijf jaar onafgebroken in Nederland verbleef, schreef zij zich voor de beslissing op haar verzoek uit bij de gemeente en vertrok naar België, waardoor het hoofdverblijf niet ononderbroken voortduurde.
Eiseres betwistte niet dat haar hoofdverblijf niet onafgebroken was, maar stelde dat dit een kleine fout was met onevenredige gevolgen. Zij had zich direct weer ingeschreven in Nederland toen zij hiervan op de hoogte was. De rechtbank oordeelde dat het vereiste van onafgebroken verblijf ook geldt tussen het moment van indiening van het verzoek en de beslissing daarop, conform artikel 8, eerste lid, onder c van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN).
De rechtbank overwoog dat er geen bijzondere omstandigheden waren om op grond van artikel 10 RWN Pro of het evenredigheidsbeginsel van deze eis af te wijken. Het verplaatsen van het hoofdverblijf naar België toonde aan dat eiseres niet de intentie had haar hoofdverblijf in Nederland voort te zetten. Daarom was de afwijzing niet disproportioneel.
Het beroep werd ongegrond verklaard. Eiseres kreeg geen teruggaaf van griffierecht of vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van onafgebroken hoofdverblijf in Nederland.