ECLI:NL:RVS:2009:BK5866
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging goedkeuring bestemmingsplan Landelijk Gebied Westvoorne wegens strijd met zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland heeft op 29 januari 2008 het bestemmingsplan Landelijk Gebied Westvoorne goedgekeurd, vastgesteld door de gemeenteraad op 29 mei 2007. Diverse appellanten, waaronder agrarische ondernemers en belangenorganisaties, hebben beroep ingesteld tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het plan getoetst aan het provinciale beleid, de Wet op de Ruimtelijke Ordening en de Algemene wet bestuursrecht. Essentieel in het geschil waren de maximale bouwhoogten voor kassen, de voorschriften omtrent assimilatie- en cyclische belichting, de omvang van glastuinbouwbedrijven binnen en buiten het intensiveringsgebied, en de adviesverplichting voor het college bij bouwvergunningen.
De Afdeling oordeelt dat het plan onzorgvuldig is vastgesteld omdat onvoldoende is gemotiveerd waarom de bouwhoogte van kassen bij recht is beperkt tot 5 meter terwijl hogere kassen gangbaar en noodzakelijk zijn voor een duurzame bedrijfsvoering. Ook is het onderscheid tussen assimilatie- en cyclische belichting onvoldoende onderbouwd, terwijl het plan geen maatwerkvrijstellingen biedt. Daarnaast is de adviesverplichting voor het college op onderdelen rechtsonzeker geformuleerd.
Verder is vastgesteld dat het college niet zorgvuldig is omgegaan met de vormgeving van bouwvlakken en de belangen van individuele ondernemers, waardoor delen van het plan in strijd zijn met het zorgvuldigheidsbeginsel. De Afdeling vernietigt het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan voor de genoemde onderdelen en onthoudt zelfvoorziend goedkeuring aan de betreffende artikelen. Voor de overige onderdelen is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan wordt vernietigd voor onderdelen omtrent bouwhoogte, lichtuitstraling en adviesverplichting, met zelfvoorziende onthouding van goedkeuring.