ECLI:NL:RVS:2009:BK6728
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- C.J.M. Schuyt
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen bouwvergunning woning Heerenveen
Het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen verleende op 28 maart 2007 een vrijstelling en bouwvergunning voor het oprichten van een woning met garage-berging op een perceel in Heerenveen. Appellanten, waaronder een stichting gericht op milieubehoud, maakten bezwaar tegen dit besluit, maar werden door het college niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellanten ongegrond.
Appellanten stelden dat zij wel belanghebbenden waren bij het besluit, maar de rechtbank oordeelde dat de afstand van ongeveer 6 km en het ontbreken van direct zicht op het perceel het belang onvoldoende concreet maakten. Ook de stichting behartigt volgens de rechtbank slechts algemene belangen, waardoor zij geen rechtstreeks belang heeft bij het besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel en verklaart het hoger beroep ongegrond. Daarnaast wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat er geen sprake is van onredelijk gebruik van het procesrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.