Uitspraak
200706451/1), brengt het zorgvuldigheidsbeginsel met zich dat, indien een besluit met de in afdeling 3.4 van de Awb neergelegde uniforme openbare voorbereidingsprocedure is voorbereid, zoals in dit geval, de indiener van de binnen de wettelijke termijn ingebrachte niet nader toegelichte bezwaren onverwijld in de gelegenheid wordt gesteld om deze binnen twee weken van gronden te voorzien.
200605606/1) vloeit uit artikel 3:11 van Pro de Awb voort dat de op het ontwerpbesluit betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp tezamen met het ontwerpbesluit voor inzage beschikbaar dienen te zijn en bij een verzoek om inzage van de op het ontwerpbesluit betrekking hebbende stukken ter hand dienen te worden gesteld. Niet in geschil is dat de brief van 6 februari 2008 niet met het ontwerpbesluit ter inzage is gelegd, maar eerst na een afzonderlijk verzoek om inzage van deze brief aan [appellante sub 5] ter beschikking is gesteld. Het bestreden besluit is dan ook in strijd met artikel 3:11 van Pro de Awb tot stand gekomen. Uit de stukken blijkt dat de inhoud van de brief in de considerans van het ontwerpbesluit is weergegeven. Gebleken is dat geen belanghebbenden zijn benadeeld door de schending van artikel 3:11 van Pro de Awb. Het gebrek kan derhalve met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb worden gepasseerd. Gelet hierop bestaat in zoverre geen aanleiding voor vernietiging van het besluit van 23 september 2008.
200801782/1), komt het aspect soortenbescherming primair aan de orde in het kader van de beoordeling of een ontheffing krachtens de Flora- en faunawet is vereist en kan worden verleend.
200804144/1/M1, wordt de zaterdag als een gewone werkdag beschouwd. Het college heeft zich daarom in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat voor de zaterdag geen strengere geluidgrenswaarden nodig zijn.
200507969/1.
200507969/1, over een eerdere vergunningaanvraag voor deze inrichting heeft de Afdeling geoordeeld dat voor die vergunning ruimschoots aan de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van zwevende deeltjes van 40 microgram per kubieke meter en de grenswaarde voor de vierentwintig-uurgemiddelde concentratie van 50 microgram per kubieke meter wordt voldaan. Omdat wat betreft de bijdrage aan de luchtkwaliteit weinig verschil bestaat tussen de thans aangevraagde activiteiten en de destijds ter beoordeling staande aangevraagde activiteiten, heeft het college op goede gronden dit oordeel van de Afdeling bij de huidige vergunning tot uitgangspunt genomen.