Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 november 2020
in de zaak tussen
[eiser] en [eiseres] , te [woonplaats] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo, verweerder
Procesverloop
Samenvatting en leeswijzer
Overwegingen
1. Het oprichten, in werking en in standhouden van een geluidscherm dat kierdicht wordt uitgevoerd en van een materiaal met een massa van minimaal 10 kg/m2, van minimaal 3,5 meter hoog en 20 meter langs de noordelijke perceelsgrens;
2. het gedurende de nachtperiode niet gebruiken van de dichtst bij de weg gelegen 10 parkeerplaatsen voor het aan- en afkoppelen van vrachtwagens;
3. het stallen van koelwagens met actieve koeling in de avond- en nachtperiode op de daarvoor gereserveerde 7 parkeerplaatsen op het achterste gedeelte van het parkeerterrein;
4. het bronvermogen van koelwagens met actieve koeling mag gedurende de avond- en nachtperiode maximaal 89 dB(A) bedragen. De onder 3 genoemde parkeerplaatsen zijn en blijven daarvoor voorzien van een krachtstroomvoorziening zodat de koelwagens elektrisch gekoeld kunnen worden.”
5a. In de avond- en nachtperiode dient het vrachtverkeer dat het laaddock aandoet, voor de bij het laaddock noodzakelijke handelingen zoals het openen van de deuren, door te rijden op de [straat 1] in de richting van de A73, totdat de achterzijde van de vrachtwagen minimaal voorbij de rechterzijde van de toerit naar het laaddock is gelegen;
7. Het is niet toegestaan bij het laaddock de koeling van de trailers aan te hebben.
8. Binnen de inrichting mag de achteruitrijsignalering van de vrachtwagens niet gebruikt worden.”
en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting. In de toelichting bij de eerste versie van het Abm, het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, is hierover aangegeven: “
Wanneer net buiten het terrein van de inrichting, bijvoorbeeld op de openbare weg in de onmiddellijke nabijheid van het pand, laad- en losactiviteiten plaatsvinden ten behoeve van de inrichting zijn de normen ook hierop van toepassing” (Stb. 2007, nr. 415, p. 203). In het Abm is daarmee aangesloten bij de jurisprudentie van de Afdeling (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 7 mei 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF8291).
Het indrukken van het rempedaal zorgt ervoor dat gecomprimeerde lucht uit de ketels naar het remsysteem wordt gestuurd. Als het rempedaal wordt losgelaten, ontsnapt deze door ABS/EBS via pneumatiek gedoseerde luchtdruk, dat is het sissend geluid/afblaasgeluid.” ABS- en EBS-systemen zorgen er dus niet voor dat er na het remmen geen lucht meer wordt afgeblazen. De StAB geeft verder aan dat in het verslag is verwezen naar de onderzoeken van Peutz, waarbij uit het meest recente onderzoek is gebleken dat de technologische ontwikkelingen wel hebben geleid tot stillere motoren, maar dat de optredende piekniveaus bij het optrekken van de vrachtwagens niet of nauwelijks zijn veranderd. Ook de piekgeluiden van de remlucht zullen in ongedempte situatie, waarvan hier sprake is, naar verwachting niet zijn afgenomen, aldus de StAB. De bandbreedte voor het bronvermogen van 107-110 dB(A) waarvan de StAB is uitgegaan, is volgens de StAB in haar reactie nog steeds een gangbare bandbreedte. Het door Kragten bepaalde bronvermogen van 103 dB(A), waarnaar verweerder verwijst, heeft alleen betrekking op het loskoppelen van de handrem, aldus de StAB in haar reactie. Ook de door verweerder genoemde waarde van 92-93 dB(A) heeft betrekking op het piekgeluid van het loskoppelen van de handrem. Dit geluid is niet hetzelfde als het afblaasgeluid van de remlucht bij het remmen. In de actualisatie van het verslag geeft de StAB daarnaast aan dat vrachtwagens nog steeds moeten remmen door lucht te laten ontsnappen. Omdat ook bij een EBS-systeem de remcilinders nog steeds met luchtdruk worden bediend, zal er sprake zijn van een afblaasgeluid, aldus de StAB, en is het door de StAB gehanteerde bronvermogen correct.
die een gevolg is van die lagere geluidsweringvoor rekening van eisers komt. Dat wil niet zeggen dat de aanbouw niet is beschermd tegen geluidhinder of dat deze niet is meegenomen in de beoordeling. Deze beroepsgrond slaagt niet.
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw (…)”. Een hoofdgebouw is: een “
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is”.
hoofdzakelijk een verkeersfunctie, zoals is toegestaan binnen de verkeersbestemming, is hier dan ook geen sprake. Omdat er feitelijk geen weg (met verkeersfunctie) aanwezig is ten behoeve waarvan de geluidswand zou kunnen dienen, kan de geluidswand niet worden aangemerkt als kunstwerk dat dient ten behoeve van en ondergeschikt is aan een verkeersfunctie. Het primaire standpunt van verweerder dat de geluidswand past binnen het bestemmingsplan is dan ook onjuist.
- De beroepsgronden 2.1 onder a, c, d en e, 2.2 onder a, c, d en f en 2.3 onder a, b, c, d en e slagen niet;
- De beroepsgrond 2.3 onder f slaagt deels, maar leidt niet tot vernietiging.
- De beroepsgronden 2.1 onder b en 2.2 onder b slagen deels;
- De beroepsgronden 2.2 onder e en g slagen;
- Het beroep tegen het bestreden besluit 1 (zaaknummer ROE 16/1605) is (gedeeltelijk) gegrond;
- Het beroep tegen het bestreden besluit 2 (zaaknummer ROE 19/1019) is ongegrond;
- Het beroep tegen het bestreden besluit 3 (zaaknummer ROE 19/1020) is gegrond.
- Het beroep tegen het bestreden besluit 4 (zaaknummer ROE 19/1020) is ongegrond.
- 1 punt voor het indienen van het beroepschrift per beroepschrift/zaak, dus 3 punten voor de drie beroepschriften/zaken;
- 1 punt voor het verschijnen ter zitting;
- 0,5 punt voor het verschijnen ter nadere zitting;
- 0,5 punt voor de schriftelijke zienswijze na het verslag van het deskundigenonderzoek per zienswijze, dus 1 punt voor de twee zienswijzen;
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond voor zover dit ziet op de bedrijfsloods;
- vernietigt het bestreden besluit 1 voor zover dit ziet op de bedrijfsloods;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde deel van het bestreden besluit 1 in stand blijven;
- verklaart het beroep voor overige (namelijk voor zover dit ziet op de geluidswand) ongegrond
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,- aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 962,50;
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 174,- aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 962,50;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit 3;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit 3 in stand blijven;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 174,- aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 962,50;
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 november 2020.