ECLI:NL:RVS:2010:BL0286
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over Dublinprocedure niet-begeleide minderjarige asielzoeker
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die de inbewaringstelling van een niet-begeleide minderjarige vreemdeling onrechtmatig achtte en de maatregel van bewaring opheefde.
De kern van het geschil draait om de uitleg van artikel 6 van Pro Verordening (EG) 343/2003 (de Dublinverordening) en de toepassing daarvan op de verantwoordelijkheid voor de behandeling van het asielverzoek van niet-begeleide minderjarigen. De rechtbank had een te beperkte uitleg gegeven en aangenomen dat het land waar de minderjarige zijn asielaanvraag indient verantwoordelijk is, terwijl de Raad van State bevestigt dat eerst moet worden onderzocht of een volwassen familielid in een andere lidstaat de zorg kan dragen.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris de vreemdeling terecht als Dublinclaimant heeft beschouwd en dat de belangenafweging in het voordeel van de staatssecretaris uitvalt. Ook is geen sprake van onrechtmatigheid door het uitblijven van een categoriewijziging of onvoldoende voortvarendheid bij het indienen van het asielverzoek. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Er wordt geen schadevergoeding toegekend en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 18 januari 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.