ECLI:NL:RVS:2010:BL3886
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring na vaststelling EU-nationaliteit
De zaak betreft de rechtmatigheid van vreemdelingenbewaring van een onderdaan van de Europese Unie, wiens Roemeense nationaliteit pas na inbewaringstelling werd bevestigd. De rechtbank had geoordeeld dat de bewaring van meet af aan onrechtmatig was, ondanks dat de staatssecretaris op het moment van inbewaringstelling op basis van beschikbare gegevens terecht had gehandeld.
De Raad van State overweegt dat de rechtmatigheid van de bewaring moet worden beoordeeld naar de feiten die op dat moment bekend of redelijkerwijs bekend waren. De bevestiging van de Roemeense nationaliteit door de autoriteiten na de inbewaringstelling leidt niet tot terugwerkende onrechtmatigheid van de maatregel.
Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, en het beroep van de vreemdeling wordt alsnog ongegrond verklaard. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt niet met terugwerkende kracht onrechtmatig geacht.