ECLI:NL:RVS:2010:BL3920
Raad van State
- Hoger beroep
- P.A. Offers
- E.K. van Leening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie had op 16 maart 2009 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken. De rechtbank 's Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak. De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De voorzitter oordeelde dat het intrekkingsbesluit geen besluit op een aanvraag is en dat de enkele vernietiging door de rechtbank niet automatisch een verplichting tot het nemen van een nieuw besluit oplegt. Omdat de rechtbank geen termijn voor het nemen van dat nieuwe besluit had gesteld en er geen dwangsom kan worden verbeurd, ontbrak het aan een spoedeisend belang zoals bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €437,00, toe te rekenen aan door een derde verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter P.A. Offers en ambtenaar van Staat E.K. van Leening op 4 februari 2010.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen spoedeisend belang bestaat voor het nemen van een nieuw besluit.