ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ4212
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag na intrekking verblijfsvergunning wegens gebrek aan nieuwe feiten
Eiser, van Iraakse nationaliteit, had in 2008 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gekregen vanwege een relatieprobleem met een sjiitisch meisje. In 2010 werd deze vergunning met terugwerkende kracht ingetrokken omdat het beschermingsbeleid voor Centraal-Irak was beëindigd en eiser geen reisdocumenten kon overleggen. De rechtbank vernietigde het intrekkingsbesluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand wegens het ontbreken van uitzonderlijke omstandigheden.
Eiser diende in april 2011 een nieuwe aanvraag in, die werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat deze aanvraag niet als herhaalde aanvraag in de zin van artikel 4:6 Awb Pro kon worden beschouwd, omdat het eerdere besluit een verleende vergunning betrof en het latere een afwijzing. De rechtbank benadrukte dat eiser nieuwe feiten of omstandigheden moest aanvoeren om het eerdere onherroepelijke besluit te weerleggen.
Eiser voerde aan dat hij vogelvrij was verklaard door een stam en een verklaring van een clanraad overlegde, maar de authenticiteit hiervan kon niet worden vastgesteld. De rechtbank vond dat deze verklaring geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormde. Ook het ontbreken van eerdere overleggen en de verantwoordelijkheid van eiser om zijn aanvraag te onderbouwen, speelden mee.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en verwees naar het eerdere intrekkingsbesluit en uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.