Uitspraak
200805218/1) dient de welstandscommissie zich te richten naar de ten tijde van het uitbrengen van het welstandsadvies geldende planologische bouwmogelijkheden, hetgeen betekent dat zij bij haar beoordeling zowel de op dat moment geldende bestemmingsplannen als eventueel verleende vrijstellingen moet respecteren. Voor deze zaak brengt dit naar het oordeel van de voorzitter met zich dat, nu de vrijstelling op 12 juni 2007 is verleend en het advies van het Gelders Genootschap dateert van 13 augustus 2007, de beoordeling of het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand dient te geschieden met inachtneming van de bouwmogelijkheden die de bestemmingsplannen "Den Bouw 1988" en "Warnsveld 1978" en de verleende vrijstelling bieden. Daarbij is van wezenlijke betekenis dat de geldende bestemmingsplannen dit bouwplan met deze schaal en omvang vrijwel geheel mogelijk maken, zodat geen grond aanwezig is voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de vrijstelling in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat de vrijstelling niet mocht worden verleend. Dat de maatvoering van de gebouwen A, B, C en D rechtens geoorloofd is, moet derhalve naar het oordeel van de voorzitter als een gegeven worden beschouwd bij de toetsing van het bouwplan aan de Welstandsnota gemeente Warnsveld van april 2004. Tegen die achtergrond bestaat voorshands geen aanleiding voor de conclusie dat uiteindelijk zal blijken dat geen bouwvergunning voor het bouwplan, al dan niet enigszins aangepast, in verband met de te stellen welstandseisen kan worden verleend. Dit leidt de voorzitter tot het oordeel dat aan de belangen van Den Bouw om, hangende het hoger beroep, de bouwactiviteiten voort te kunnen zetten, zodat de bouw van nieuwe woonruimte voor haar cliënten geen verdere vertraging oploopt, meer gewicht dient te worden toegekend dan aan de belangen van Het Oude Dorp en [verzoekers sub 4] bij het stilleggen van die activiteiten. Gelet hierop, ziet de voorzitter aanleiding de verzoeken van het college en Den Bouw op na te melden wijze toe te wijzen en die van Het Oude Dorp en [verzoekers sub 4] af te wijzen. Daarbij geldt dat voor zover bouwactiviteiten worden verricht voordat de verleende vrijstelling, ontheffing en bouwvergunning in rechte onaantastbaar zijn, dat voor eigen risico geschiedt.