ECLI:NL:RVS:2009:BI2638
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vrijstelling en bouwvergunning woongebouw Utrechtse Heuvelrug
Het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug verleende op 6 oktober 2006 een vrijstelling en bouwvergunning voor de bouw van een woongebouw met 10 appartementen. Appellanten maakten bezwaar en stelden dat het bouwplan niet voldeed aan de voorwaarden voor vrijstelling volgens artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), onder meer vanwege onvoldoende stedenbouwkundige inpassing en negatieve welstandsadviezen.
De rechtbank Utrecht vernietigde het besluit op bezwaar, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. De Raad van State behandelde het hoger beroep en oordeelde dat het college terecht had geoordeeld dat het bouwplan stedenbouwkundig inpasbaar was, mede omdat het perceel binnen de bebouwingscontour lag en het bouwvolume niet wezenlijk detoneerde met de omgeving. De welstandscommissie had het plan beoordeeld binnen de destijds geldende bouwmogelijkheden van het bestemmingsplan.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank, met een verbeterde motivering, en oordeelde dat het college bevoegd was de vrijstelling te verlenen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.