ECLI:NL:RVS:2010:BL4139
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- H. Borstlap
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning varkenshouderij wegens luchtkwaliteitsnormen
Het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas verleende op 3 februari 2009 een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een varkenshouderij. De appellant, exploitant van een naastgelegen kalkoenhouderij, stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat de vergunning in strijd was met de grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10) uit de Wet milieubeheer.
De appellant voerde aan dat haar kalkoenhouderij onvoldoende was meegenomen in de achtergrondconcentratieberekeningen en dat onjuiste gebouwhoogtes waren gehanteerd. Het college stelde dat de bijdrage van de kalkoenhouderij was verdisconteerd in grootschalige concentratiegegevens en dat de gebouwhoogte correct was toegepast.
De Raad van State oordeelde dat appellant als belanghebbende moest worden aangemerkt, ondanks de verkoop van haar perceel, vanwege het behoud van gebruiksrecht. De Raad verwierp de bezwaren over de gebouwhoogte en de berekening van de achtergrondconcentratie. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat de luchtkwaliteitsnormen niet werden overschreden.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het besluit van het college bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor de varkenshouderij wordt ongegrond verklaard.