Uitspraak
200702722/1), bestaat in het algemeen geen concreet zicht op legalisatie, indien het daartoe bevoegde bestuursorgaan - in dit geval het dagelijks bestuur - niet bereid is de daarvoor nodige vrijstelling te verlenen. Niet is gebleken van omstandigheden die in dit geval tot een ander oordeel leiden. Daarbij is in aanmerking genomen dat het dagelijks bestuur ook in het geval de minister van Verkeer en Waterstaat bereid zou zijn een verklaring van geen bezwaar, als bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart, te verlenen en ook in het geval zinvol gebruik van het bedrijfspand overeenkomstig de bestemming naar objectieve maatstaven niet meer mogelijk is, zoals [appellant] betoogt, niet bereid is vrijstelling te verlenen. De rechtbank heeft daarom terecht geen concreet zicht op legalisatie aangenomen.