ECLI:NL:RBROT:2012:BW5513
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verwerking van geboortelandgegevens in DOSA in strijd met Wet bescherming persoonsgegevens
De zaak betreft een geschil over de verwerking van geboortelandgegevens binnen de Deelgemeentelijke Organisatie Sluitende Aanpak (DOSA), een instrument voor hulpverlening aan jongeren met multi-problematiek. Eiser voerde aan dat de registratie noodzakelijk is voor het realiseren van een voorkeursbeleid gericht op cultuurgerichte begeleiding en etnisch specifieke trajecten. Verweerder stelde dat deze verwerking in strijd is met artikel 16 van Pro de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en legde een last onder dwangsom op.
De rechtbank stelde vast dat geboortelandgegevens als persoonsgegevens betreffende iemands ras kunnen worden aangemerkt en dat de verwerking daarvan in beginsel verboden is, tenzij voldaan wordt aan de uitzonderingsgrond van artikel 18 Wbp Pro. De beoordeling van de noodzakelijkheid van de verwerking strekte zich uit tot alle geboortelanden, niet alleen die van specifieke etnische groepen. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat het doel van het voorkeursbeleid niet op een minder belastende wijze kan worden bereikt.
Daarnaast was er geen concreet zicht op legalisatie van de gegevensverwerking en was het beroep op het vertrouwensbeginsel ongegrond. Ook was de last onder dwangsom niet onevenredig, aangezien eiser geen aantoonbaar vergevorderde plannen had voor een toestemmingstelsel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de verwerking van geboortelandgegevens in DOSA in strijd is met artikel 16 van de Wbp.