ECLI:NL:RVS:2010:BL7421
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling einde vreemdelingenrechtelijke ophouding bij strafrechtelijke aanhouding
Op 4 december 2009 werd een vreemdeling aanvankelijk vreemdelingenrechtelijk opgehouden en later die dag strafrechtelijk aangehouden. De rechtbank had geoordeeld dat de vreemdelingenrechtelijke ophouding na de strafrechtelijke aanhouding was doorgegaan, wat de staatssecretaris betwistte. De Raad van State stelde vast dat de strafrechtelijke aanhouding om 08.30 uur de vreemdelingenrechtelijke ophouding feitelijk beëindigde en dat het proces-verbaal dat dit anders vermeldde onjuist was.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond. Vervolgens beoordeelde de Afdeling het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 4 december 2009 tot bewaring. De vreemdeling voerde aan dat hij niet aan zijn vertrekplicht kon voldoen en dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden toegepast.
De Afdeling oordeelde dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf had en zich niet aan de vertrektermijn had gehouden, ongeacht eerdere bewaringen zonder uitzetting. Ook was het standpunt van de staatssecretaris dat geen lichter middel volstond redelijk. Het beroep van de vreemdeling werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.