Uitspraak
200603204/1heeft de Afdeling de bij besluit van 15 maart 2006 verleende vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor het op- en overslaan alsmede het composteren van organische bijproducten en afvalstoffen tot compost en bodemverbeteraars op het perceel vernietigd. In deze uitspraken heeft de Afdeling het geuraspect van het gebruik van het perceel als composteerinrichting niet beoordeeld. Uit deze uitspraken volgt derhalve niet dat voor Socar en anderen geen goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.