Uitspraak
200707004/1/H1zijn de voor het musicaltheater verleende vrijstelling en bouwvergunning in rechte onaantastbaar geworden.
200605238/1, waarin de verleende vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer voor het oprichten en in werking hebben van het musicaltheater met horecavoorzieningen en een parkeergarage aan de Europaboulevard ter beoordeling voorlag, overwogen dat voldoende duidelijk is voor welke doelgroep de parkeergarage zal worden gebruikt, te weten circa 500 parkeerplaatsen ten behoeve van het musicaltheater en 220 parkeerplaatsen ten behoeve van het geplande hotel. Het college heeft er in dit verband op gewezen dat het oprichten van de parkeergarage als onderdeel van de milieuvergunningplichtige inrichting uitsluitend in samenhang met het musicaltheater mogelijk is. Tevens is in de milieueffectrapportage de parkeergarage behandeld in samenhang met het musicaltheater, omdat deze onderdeel uitmaakt van en hoort bij het musicaltheater. Voorts is van belang dat de voor het musicaltheater verleende bouwvergunning in rechte onaantastbaar is en de parkeergarage deels onder dat theater is voorzien. Tot slot heeft het college gesteld dat de gemeente Amsterdam eigenaar is van de gronden waarop de parkeergarage en het musicaltheater zijn voorzien, dat deze gronden in erfpacht zullen worden uitgegeven en dat de gemeente hiertoe niet bereid is indien dit zal leiden tot het oprichten van de parkeergarage zonder het musicaltheater.