Uitspraak
200905350/1/H2en
200905602/1/H2, behandeld op 26 februari 2010, waar [appellant sub 1], vertegenwoordigd door mr. F. Spijker, advocaat te Amsterdam, het college, vertegenwoordigd door mr. S.W. Knoop, advocaat te Zwolle, en J.A.W. Suyver, werkzaam bij de gemeente, en de omwonenden, vertegenwoordigd door mr. L.H. Slijkhuis, zijn verschenen.
200305650/1, waarin is verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 31 juli 2002 in zaak nr.
200103200/1, heeft de Afdeling de omwonenden in die zaak als belanghebbenden aangemerkt. De omstandigheid dat de thans in geding zijnde last betrekking heeft op specifieke objecten op het perceel en niet op het perceel als geheel heeft de rechtbank terecht geen aanleiding gegeven over de belanghebbendheid van omwonenden thans tot een ander oordeel te komen. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de last onder meer betrekking heeft op verplaatsbare objecten, zoals het kippenhok en de trampoline. Voorts is van belang dat het zicht op de objecten wordt ontnomen door de laurierhaag, die eveneens onderdeel uitmaakt van de last. Ook is aannemelijk dat het gebruik van het perceel van [appellant sub 1] de woon- en leefomgeving van de omwonenden beïnvloedt, gelet op de korte afstand tussen diens terrein en de percelen van de omwonenden, die slechts door een smalle weg van dat terrein gescheiden zijn.