ECLI:NL:RVS:2010:BM4196
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- M.R. Poot
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing toevoeging wegens uitoefening zelfstandig beroep zonder beëindiging bedrijf
De zaak betreft een hoger beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor toevoeging door de raad voor rechtsbijstand. De appellant had een toevoeging gevraagd voor hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter over een vordering tot betaling van accountantskosten.
De raad wees de aanvraag af omdat het rechtsbelang betrekking had op de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf, en voortzetting van dat beroep of bedrijf niet afhankelijk was van het resultaat van de aangevraagde rechtsbijstand. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond omdat de raad niet had onderzocht of het bedrijf ten minste een jaar geleden was beëindigd en of de appellant in eerste aanleg als verweerder was betrokken.
De Afdeling oordeelt dat het rechtsbelang inderdaad voortvloeit uit de uitoefening van een zelfstandig beroep en dat de appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het bedrijf is beëindigd. De raad heeft terecht geoordeeld dat geen grond bestaat voor verlening van rechtsbijstand. Het hoger beroep van de raad wordt gegrond verklaard, het beroep van appellant ongegrond en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de afwijzing van de toevoeging omdat het bedrijf niet is beëindigd en het rechtsbelang betrekking heeft op de uitoefening van een zelfstandig beroep.