Uitspraak
200307859/1) kan de bevoegdheid dan ook uitsluitend worden aangewend indien in een bepaald geval onverwijld moet worden ingegrepen ter bescherming van de veiligheid en gezondheid.
Raad van State
De burgemeester van Ridderkerk heeft op 7 december 2007 besloten een inrichting met onmiddellijke ingang te sluiten vanwege een groot risico op legionellabesmetting. Na diverse onderzoeken en adviezen, waaronder van de GGD en een gespecialiseerd laboratorium, werd op 21 december 2007 het sluitingsbevel gehandhaafd. De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de burgemeester niet in redelijkheid tot sluiting had kunnen besluiten omdat er geen acuut gevaar zou zijn geweest.
De burgemeester stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de burgemeester zich op redelijke gronden kon baseren op de bevindingen van het laboratorium en de adviezen van de GGD, die een gevaar voor de volksgezondheid aannemelijk maakten. De Raad stelde dat de bevoegdheid van de burgemeester om onverwijld in te grijpen bij gevaar voor veiligheid en gezondheid breed moet worden uitgelegd en dat het oordeel van de rechtbank te beperkt was.
Verder werd geoordeeld dat het bezwaar en beroep van de wederpartij, ondanks het faillissement van de vennootschap, terecht waren behandeld. De Raad verwierp ook bezwaren over de motivering en proportionaliteit van het sluitingsbevel. Uiteindelijk vernietigde de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de burgemeester gegrond, waarbij het besluit tot sluiting werd gehandhaafd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep gegrond, waardoor het besluit tot onmiddellijke sluiting van de inrichting wordt gehandhaafd.