ECLI:NL:RVS:2010:BM6855
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste toetsing ongewenstverklaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie heeft een Turkse vreemdeling ongewenst verklaard en een aanvraag tot verlenging van zijn verblijfsvergunning afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank niet had onderkend dat de norm die gold op 1 april 2001 eveneens tot ongewenstverklaring leidt, waardoor de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van een aanscherping in strijd met artikel 13 van Pro Besluit nr. 1/80. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees de zaak terug voor herbeoordeling.
De vreemdeling was veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar wegens poging tot doodslag, wat volgens de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000 aanleiding gaf tot ongewenstverklaring. De Raad van State stelde vast dat de rechtbank de toepasselijke normen niet correct had getoetst, met name in relatie tot de standstill-bepaling van het associatiebesluit tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije.
De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank om met inachtneming van de juiste normen opnieuw te beslissen, en de kosten van het hoger beroep werden vastgesteld op €322,00, waarvan de rechtbank de vergoeding moet bepalen.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbeoordeling met inachtneming van de juiste normen.