ECLI:NL:RVS:2010:BM7113
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- M.R. Poot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na onrechtmatig ongeldigverklaren rijbewijs door CBR
Appellant verzocht het CBR om vergoeding van schade die hij zou hebben geleden doordat zijn rijbewijs onrechtmatig ongeldig werd verklaard, waardoor hij als taxichauffeur geen inkomen kon genereren in de periode van 8 april tot 2 oktober 2006.
Het CBR wees het verzoek af omdat appellant het verlies aan inkomsten niet op objectieve en verifieerbare wijze aannemelijk had gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad overwoog dat het aan appellant was om zijn schade aannemelijk te maken, onder meer door aan te tonen dat hij geen vervangende inkomsten had genoten. Appellant had geen belastingaangifte of andere stukken overgelegd die dit konden staven, en het feit dat zijn belastingaangifte zoek was geraakt, kwam voor zijn rekening. Zijn betoog dat alleen een definitieve aanslag bewijs kon leveren, werd verworpen.
Omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij geen vervangende inkomsten had genoten, was het oordeel van de rechtbank dat het CBR het verzoek tot schadevergoeding mocht afwijzen juist. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de schadevergoeding bevestigd.