ECLI:NL:RVS:2013:758
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens ongeldig verklaard rijbewijs
Appellant verzocht het CBR om vergoeding van schade wegens het ten onrechte ongeldig verklaren van zijn rijbewijs, waardoor hij geen inkomen als rijinstructeur kon genereren van 22 november 2010 tot 28 augustus 2011.
Het besluit tot ongeldigverklaring van 15 november 2010 is vernietigd, maar het CBR wees het verzoek tot schadevergoeding af omdat appellant het verlies aan inkomsten niet op objectieve en verifieerbare wijze had aangetoond. Appellant stelde dat hij € 40.000 aan gederfd inkomen had, onderbouwd met fiscale rapporten, bijstandsuitkering, verlies- en winstrekening, agenda en verklaringen van accountant en verkeersschool.
De rechtbank oordeelde dat deze stukken onvoldoende waren om het gestelde inkomen en het uitblijven van vervangende inkomsten te verifiëren. Appellant had geen fiscale gegevens over 2011 overgelegd en de bijstandsuitkering specificeerde niet de gehele schadeperiode. De Raad van State bevestigt deze beoordeling en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Er is geen aanleiding tot toewijzing van proceskostenvergoeding. De uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 december 2012 blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.