ECLI:NL:RVS:2010:BM7419
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning op basis van taalanalyse en contra-expertise
De staatssecretaris wees een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd af omdat de vreemdeling zijn herkomst niet aannemelijk had gemaakt. De vreemdeling voerde tegen de taalanalyse een contra-expertise aan, opgesteld door een deskundige linguïst gespecialiseerd in het Somali. De rechtbank oordeelde dat deze contra-expertise deskundig en onafhankelijk was en betrok deze bij haar beoordeling, waardoor het besluit werd vernietigd.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de anonimiteit van de contra-expert accepteerde en onvoldoende onderzoek deed naar de waarde van de contra-expertise. De Raad van State oordeelde dat de contra-expertise zorgvuldig en inzichtelijk was en dat de deskundigheid van de opsteller voldoende was aangetoond. De Raad stelde echter vast dat de uitkomst van de contra-expertise de herkomst van de vreemdeling niet bevestigde, waardoor de staatssecretaris terecht de taalanalyse als motivering gebruikte.
Uiteindelijk verklaarde de Raad van State het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling had niet aannemelijk gemaakt dat het ontbreken van reisdocumenten hem niet kon worden toegerekend en had onvoldoende gedetailleerde verklaringen over zijn reisroute gegeven, waardoor twijfel over zijn oprechtheid bleef bestaan.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.