ECLI:NL:RVS:2010:BM7762
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M.M. van Driel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling bouwvergunning voor paardenbak ondanks bezwaar omgevingsrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen verleende op 7 april 2008 een bouwvergunning onder vrijstelling van het bestemmingsplan voor het plaatsen van een hekwerk bij een paardenbak op een perceel te Heerenveen. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college en later door de rechtbank Leeuwarden werd afgewezen.
Appellant A stelde geen bezwaar tegen het besluit en werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Appellant B voerde aan dat de vrijstelling onrechtmatig was omdat een door gedeputeerde staten afgegeven verklaring van geen bezwaar een opschortende voorwaarde bevatte die niet was nageleefd, en dat de aanleg van de paardenbak ruimtelijk niet aanvaardbaar was vanwege intensief gebruik en mogelijke overlast.
De Raad van State oordeelde dat de verklaring van geen bezwaar geen opschortende voorwaarde bevatte en dat het college de vrijstelling in redelijkheid kon verlenen. De rechtbank had terecht geoordeeld dat de inbreuk op het bestemmingsplan gering was en dat het gebruik van de paardenbak niet intensief was. Ook werd geen onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat vastgesteld.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant A is niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep van appellant B ongegrond; de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.