ECLI:NL:RVS:2017:185
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning paardenbak wegens procedurele gebreken en inhoudelijke toetsing
Het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende verleende een omgevingsvergunning voor het bouwen van een paardenbak met omheining op een perceel te Leende. Een omwonende, appellant, stelde bezwaar en beroep in tegen deze vergunning vanwege aantasting van woon- en leefklimaat.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna het college het gebrek herstelde met een nieuw besluit. Dit besluit werd door de rechtbank ongegrond verklaard, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college ten onrechte niet de juiste procedure (afdeling 3.4 Awb) had gevolgd bij de vergunningverlening, waardoor het besluit van 18 augustus 2015 vernietigd en het besluit van 29 juli 2014 herroepen werd. Inhoudelijk werd geoordeeld dat de paardenbak met een oppervlakte van 1.200 m² niet binnen de afwijkingsmogelijkheden van het Besluit omgevingsrecht viel. Daarnaast was de belangenafweging van het college, ondanks enige overlast, redelijk en niet onaanvaardbaar.
De Afdeling gelastte het college een nieuw besluit te nemen en bepaalde dat tegen dat besluit alleen bij haar beroep kan worden ingesteld. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot omgevingsvergunning voor de paardenbak wordt vernietigd en herroepen vanwege procedurele fouten en inhoudelijke bezwaren, met opdracht tot nieuw besluit en vergoeding van griffierechten.