ECLI:NL:RVS:2010:BM8419
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat vreemdelingen bijzondere omstandigheden niet tijdig hebben aangevoerd bij bezwaarfase
De vreemdelingen hadden bij hun aanvraag en bezwaarschriften onvoldoende bijzondere omstandigheden aangevoerd die tot afwijking van het beleid konden leiden. Pas in beroep stelden zij dergelijke omstandigheden, terwijl artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht vereist dat deze tijdig worden ingebracht.
De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris de besluiten onvoldoende had gemotiveerd omdat hij deze bijzondere omstandigheden niet had betrokken. De Raad van State oordeelt echter dat de rechtbank ten onrechte deze omstandigheden heeft betrokken, omdat de vreemdelingen niet aan hun verplichting voldeden om deze in de bezwaarfase aan te dragen.
Daarnaast heeft de Raad van State overwogen dat de staatssecretaris zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat adequate opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen in Angola aanwezig was, mede op basis van het opvangcentrum Mulemba en het beleid zoals vastgelegd in het Vreemdelingenbesluit 2000 en de Vreemdelingencirculaire.
De beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de besluiten van de staatssecretaris bevestigd.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard en de besluiten van de staatssecretaris bevestigd.