ECLI:NL:RVS:2010:BM8438
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onvoldoende motivering staatssecretaris bij afwijzing verblijfsvergunning op basis van taalanalyse
De staatssecretaris van Justitie wees op 14 juli 2009 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af, gebaseerd op een taalanalyse die concludeerde dat de vreemdeling Swahili spreekt zoals in Tanzania en niet zoals in de Democratische Republiek Congo (DRC). De vreemdeling overhandigde een nationaliteitsverklaring van de ambassade van de DRC, maar deze ontbrak aan identificerende elementen zoals een pasfoto.
De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris het besluit onvoldoende had gemotiveerd door alleen te verwijzen naar de taalanalyse. De Raad van State oordeelt echter dat de nationaliteitsverklaring niet voldoende is om de uitkomst van de taalanalyse te weerleggen, omdat deze alleen de nationaliteit bevestigt en niet het land van herkomst.
De Raad van State vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond. Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard. De Raad stelt vast dat de staatssecretaris niet gehouden was tot nader onderzoek en dat het besluit voldoende is gemotiveerd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond.