ECLI:NL:RVS:2017:2565
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-ontvankelijkheid asielaanvraag en inreisverbod na onvoldoende nieuw bewijs nationaliteit
De vreemdeling diende een opvolgende asielaanvraag in nadat een eerdere aanvraag was afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van zijn identiteit, nationaliteit en herkomst. De staatssecretaris verklaarde de nieuwe aanvraag niet-ontvankelijk en vaardigde een inreisverbod uit, omdat de overgelegde nationaliteitsverklaring geen nieuw element vormde.
De rechtbank had dit besluit vernietigd, stellende dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de nationaliteitsverklaring niet als nieuw element kon gelden. De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat de verklaring niet afdoet aan eerdere bevindingen, mede omdat het document geen identificerende kenmerken bevatte en de vreemdeling onvoldoende kennis toonde van zijn vermeende herkomst.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris niet verplicht was nader onderzoek te doen bij de Congolese autoriteiten en dat het besluit voldoende was gemotiveerd. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.