ECLI:NL:RVS:2010:BM9329
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering aanbod verblijfsvergunning wegens niet ononderbroken verblijf
De vreemdeling had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris om geen aanbod te doen op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet, omdat zij sinds 1 april 2001 niet ononderbroken in Nederland verbleef. De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat voor toepassing van artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bijzondere omstandigheden vereist zijn die niet binnen het reguliere vreemdelingenbeleid vallen. De medische situatie van de vreemdeling, waaronder een chronische psychose, was onvoldoende om af te wijken van het vereiste van ononderbroken verblijf, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat zij ten tijde van het indienen van haar asielverzoek in België in een toestand van verwarring verkeerde.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en leden van de Afdeling bestuursrechtspraak op 17 juni 2010.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.