Uitspraak
200802863/1, onderscheidenlijk
200802624/1), biedt de Vogelrichtlijn geen aanknopingspunten voor het oordeel dat lidstaten in de nationale wetgeving grondslagen voor het verlenen van ontheffing van aan deze richtlijn ontleende verbodsbepalingen mogen hanteren die niet in de Vogelrichtlijn zijn genoemd en hiervan ook niet direct zijn af te leiden. Zoals in die zaken voorts is overwogen, heeft de in artikel 2, derde lid, aanhef en onder j, van het Vrijstellingsbesluit neergelegde grondslag voor het verlenen van ontheffing een ruimere strekking dan de grondslagen voor ontheffing die zijn neergelegd in artikel 9, eerste lid, van de Vogelrichtlijn. Derhalve kan niet worden uitgesloten dat de op deze grondslag verleende en in artikel 16b, eerste lid, aanhef en onder d, van het Vrijstellingsbesluit neergelegde vrijstelling andere belangen dient dan die welke op uitputtende wijze in artikel 9, eerste lid, van de Vogelrichtlijn zijn vermeld. Voor zover het de onder de Vogelrichtlijn vallende vogelsoorten betreft, heeft de rechtbank dan ook met juistheid overwogen dat artikel 16b, eerste lid, aanhef en onder d, van het Vrijstellingsbesluit zich niet met deze richtlijnbepaling verdraagt.